Niets houdt je méér in de status quo dan geloven:
“Het is niet voor mij weggelegd.” of “Ik kan dat toch niet.”
Ooit die woorden uitgesproken?
Je ontneemt jezelf elke vorm van vooruitgang of droom wanneer je in die overtuiging blijft hangen.
Ik had vandaag nog zo’n gesprek met een vriend. Ik zag een prachtig uitzicht op mijn screensaver (die dus elke dag verandert) en — tja, wat doe je dan — je klikt erop om te weten waar het is zodat je het op je bucketlist kan zetten.
Bleek Lake Wanaka in Nieuw-Zeeland te zijn.
Ik stuurde het door, en hij zei:
“Dat moet zo’n machtig land zijn. Maar voelt alsof dat iets is dat niet voor dit leven is.”
En tadaaaa, deze blog was geboren. 😄
Wat je gelooft, bepaalt waar je blijft staan
Zeggen dat het “niet voor dit leven” is of dat je het toch niet kan, is eigenlijk meteen beslissen dat je er niet voor zal gaan, dat je geen oplossingen wíl bedenken.
Het is niet omdat iets moeilijk of ver weg lijkt, dat het onmogelijk is. Alles begint bij één kleine stap: openstaan voor mogelijkheden en geloven in jezelf.
Wat is het ergste dat kan gebeuren?
Dat het niet lukt?
Wel… dat had je eigenlijk al beslist toen je zei: “het is niet voor mij weggelegd.”
In mijn karakter zit dat niet
Persoonlijk heb ik dat nooit geloofd. Integendeel: wanneer iemand me zegt dat ik iets niet kan, voel ik alleen maar méér vuur. Iets in de zin van: “I’ll show you.”
Nooit een job gehad waarvoor ik gekwalificeerd was
I kid you not.
Afgestudeerd als geschiedkundige, op een random dag een Randstad-kantoor binnengestapt, de vraag gekregen om daar te werken… en gebleven.
Na vijf jaar solliciteerde ik als HR-verantwoordelijke in een KMO van 50 mensen.
Had ik ooit beleid geschreven? Nope.
Al payroll gedaan? Ook nope.
(Voor de duidelijkheid: verzekeringen, administratie en payroll bleken totaal niks voor mij 🙃).
Hebben ze me aangenomen? Ja.
Waarom? Omdat ze zagen: goesting, enthousiasme, ideeën.
Daarna werd ik recruitment manager in een Belgisch bedrijf van 1300 mensen. Op mijn 28ste ging ik voor het eerst een team aansturen.
Ervaring? Nope.
Geloof in mezelf? Hell yes.
Van medewerker → zelfstandige → ondernemer
Tien jaar geleden had ik nooit geloofd dat ik ondernemer zou zijn.
Ik had wel altijd drang naar vrijheid en afwisseling. Collega’s zeiden vaak: “Jij zou consultant moeten worden.”
De stap naar zelfstandige zijn voelde logisch.
Maar de sprong naar ondernemerschap?
Voor iemand die hield van sparen, stabiliteit en comfort… dat was een totaal andere categorie. Zeker omdat mijn leven materieel echt goed zat. Reizen wanneer ik wilde, totaal geen geldzorgen en ik hoefde niet eens fulltime te werken.
De kriebel om iets from scratch te starten heb ik lang onderdrukt, want ik wíst dat het me uit mijn comfortzone zou katapulteren.
Tot ik bij de dokter zat.
Totaal uitgeput. En hij zei:
“Wat ga je hiermee doen? Je staat met één been in een depressie. Er moet iets veranderen.”
Dat kwam binnen en was een reality check. Ik kon mezelf niet meer verloochenen.
En dus… op één weekend tijd mijn HR-project stopgezet, een investeringskrediet voor een Ford Transit genomen (aka Mike) én Tamarin gestart
Eerlijk?
Ik dacht naïef: ik neem hier risico’s om mijn droom na te jagen, het universum gaat me belonen.
Guess again.
(Maar dat is voor een andere blog 😄)
Hoeveel mensen me toen raar bekeken…
“Ben je zeker dat je dit wil doen?”
“Daar kan je nooit van leven.”
Ook dat werd fuel:
I’ll show them.
Van huismus naar avonturier
Ik ben niet bepaald altijd het prototype avonturier geweest. Ik hield jarenlang van thuis zijn, zorgen voor mijn partner en zijn kinderen, stabiliteit, lezen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat ik nogal een bange puit ben…
En toch was ik ook het kind dat Indiana Jones wilde worden, of stormjager, of vulkanoloog — alles wat ik op dat moment in een avonturenfilm gezien had 🙈.
Na de relatie van 10 jaar waarin ik de typische huismus was, voelde ik me zo onzeker, zo klein, dat ik dacht dat ik nooit een berg op zou raken. Mijn conditie was ook… nonexistent. (Nu nog niet echt trouwens 😅)
Ik keek eerlijk gezegd met jaloezie naar mensen die wél hun avonturen volgden. Tot ik dacht: Waarom ik niet?
Mijn eerste reis naar Costa Rica veranderde alles. Ik besloot: ja zeggen tegen alles: raften, surfen, kajakken.
En het voelde zó goed. Dat kleine stemmetje in mij dat zei: “Zie je wel dat je dit durft en kan.”
Ik bleef ja zeggen en liet het allemaal op me afkomen: leren packraften, bergen opgaan en dan ook maar direct streven naar alle hoogste bergen van Ierland en de UK. Check, check, check.
En dan opeens besef je:
Damn. Ik ben iemand geworden die haar dromen najaagt. En het gewoon doet. En blijkbaar kan.
En dat is het hele punt.
Je hoeft geen superheld te zijn, geen uitzonderlijke talenten te hebben, je hoeft zelfs niet klaar te zijn. Je moet vooral stoppen met geloven dat het “niet voor jou weggelegd is”. Iedere droom die ooit in je opkwam, is al van jou op het moment dat je besluit open te staan voor de mogelijkheid.
Elke stap — hoe klein ook — maakt de status quo een beetje losser. En voor je het weet, kijk je achterom en denk je: “Zie je wel. I did it.”